Brusselsestraat

Brusselsestraat

Het Kommelkwartier, Quatier Est in de Franse tijd, heeft een rijke geschiedenis, die zichtbaar is in het statenplan en de huizen en gebouwen die daar langs gelegen zijn. In het Kommelkwartier staan ongeveer 170 rijksmonumenten en een onbekend aantal gemeentelijke monumenten. Aan al deze huizen en gebouwen is als het ware de geschiedenis af te lezen.

Oude uitvalswegen naar steden in het huidige België hebben oude namen. De middeleeuwse Brusselsestraat markeert zelfs de oude Romeinse hoofdroute van Keulen naar Tongeren.

Ook de ontsluitingswegen naar het binnengebied zijn lang geleden benoemd, meestal naar lokale topografische elementen. De moderne straten aan de westzijde en enkele nieuwe straatjes hebben namen gekregen die eveneens verwijzen naar historische gebouwen of functies. Vanuit de Brusselsestraat is op nr. 60 het voormalige Cellebroedersklooster bereikbaar, waarvan slechts de kapel behouden bleef. Deze dateert uit dezelfde tijd als het verwoeste kapelgebouw van de Beyart en het Kruisherenklooster. Bijzonder fraai zijn de laat-gothische netgewelven, waarvan de ribben rusten op muurcolonnetjes, die bekroond worden door gebeeldhouwde kapiteeltjes. In de gewelfvelden werden bij de restauratie oude schilderingen blootgelegd. Zeer opmerkelijk is de tegen de noordgevel aangebrachte gang met verdieping in overkragend houten vakwerk. De vensters van deze gang vertonen gedrukte en geprofileerde bogen.

De Cellebroeders vestigden zich in 1360 in Maastricht om de zieken en zwakzinnigen te verplegen. Het duurde tot 1539 voor ze van de stad Maastricht toestemming kregen om tussen de stadsomwalling en de Brusselsestraat een klooster te stichten. De kapel uit 1500 moet er toen al hebben bestaan zo blijkt uit documentatie.

In dit klooster verrichtte de broeders tot aan de Franse tijd liefdadigheid. In 1779 kwam het burgerlijk armbestuur hiervoor in de plaats. In de loop van de negentiende eeuw is het gebouw nog in gebruik als gevangenis, brouwerij en bank van lening.

vrijthofstraatjes cellebroederkapel

Als de bank in 1924 het pand verlaat is het er slecht aan toe. waardoor het uiteindelijk in de jaren veertig grotendeels wordt gesloopt. Alleen de kapel en een klein deel van het klooster overleven de slopershamer. Deze delen komen vervolgens in bezit van de Broeders van ‘de Beyart', die in de jaren zestig besluiten tot een algehele restauratie. In 1966 is de kapel weer in de oude staat hersteld. De kapel uit de 16e eeuw is volledig opgetrokken uit mergelsteen met een kloostergang, vakwerk details, gewelfschilderingen (rond 1525) en een mooi antiek orgel.

Op 4 oktober 1995 droegen de broeder van ‘De Beyart' de Cellebroederskapel over aan de Stichting Cellebroederskapel, die speciaal werd opgericht om de kapel in stand te houden voor religieuze, culturele en maatschappelijke activiteiten. De kapel is te huur voor gelegenheden.

Bijzondere aandacht verdient verder het fraaie patriciërshuis Brusselsestraat 77, dat van 1731-1771 refugie was van het St. Gerlachusstift te Houthem en later bewoond werd door Jhr. Victor de Stuers, de vader van de Nederlandse monumentenzorg. (bron: wikipedia)